Alchemie als geneeskunst: het werk van Paracelsus
Uitgeverij De Woudezel
Grauwtje

Hallo, dit is mijn blog

Als u bij Elke moest wezen, moet u (voor vertaalwerk) hier klikken, of (voor onze boeken) hier.


Homeopathische middelen bestaan niet
14 mei 2012

Wat wij met homeopathie te maken hebben? En of Paracelsus homeopaat was? Nou, min of meer wel, ja. Ik zal u dat uitleggen. Ik zal eens een aantal dingen voor u op een rij zetten, want over homeopathie bestaan er erg veel misverstanden, en nog veel meer domme praatjes. U hoort dat zeker ook wel eens: homeopathie is zoiets als een druppel opgelost in een oceaan of zo; en dan heb je van die onnozelaars die flesjes zogenaamde homeopathische middelen opzuipen om aan te tonen dat het niets doet. Naja. Mensen...

Ik zal beginnen met de kernzin van de homeopathie: similia similibus curentur. Als mensen heel belangrijk willen doen, beginnen ze soms plotseling in het Latijn te praten. Hahnemann niet; die had daar een hekel aan, net zoals Paracelsus trouwens. Maar die kreet, similia similibus curentur, en ook het tegendeel daarvan, contraria contrariis, zijn al heel oud: Hippocrates heeft het er al over gehad. En uitgelegd wanneer het ene en wanneer het andere van toepassing is.

Wat betekent het nou? Het enige middel om te weten te komen wat de werking van een of andere substantie op het dierlijk of menselijk lichaam is, bestaat erin die substantie in te nemen. En dan uiteraard slechts één tegelijk, en onder uitsluiting van alle mogelijke andere invloeden. Je moet dus ook niet ziek zijn, want dan weet je het nog niet. Want hoe zou je kunnen weten of een werking – symptoom genoemd – op rekening van de ziekte komt, of op rekening van zo'n ingenomen substantie? Of een vermenging van die twee? Dat is allemaal nogal vanzelfsprekend, maar veel mensen staan daar nooit bij stil.

Een substantie die je maar lang genoeg blijft innemen, gaat dus symptomen opwekken – net zoals je symptomen vertoont als je ziek bent. En nu dacht Hahnemann: als een substantie als geneesmiddel moet dienen, dan moet er een verband bestaan tussen de symptomen die deze substantie in staat is op te wekken, en de symptomen van de zieke. Ja, lacht u maar. U vindt dit vanzelfsprekend? Nou, de meeste artsen dus niet...

En nu gaat Hahnemann verder: in principe zijn er hoofdzakelijk twee soorten verbanden denkbaar: of de twee symptoombeelden lijken op mekaar, of ze zijn tegengesteld aan elkaar. In welk van die twee gevallen een substantie genezing teweeg kan brengen, kan alleen de ervaring tonen, zegt hij. U kunt dat nalezen in paragraaf 22 van zijn Organon. Wel, die twee gevallen zijn dus precies wat bedoeld wordt met de kreten similia similibus en contraria contrariis. Similia similibus betekent dat een substantie als geneesmiddel wordt gebruikt, die in staat is symptomen op te wekken die lijken op de symptomen die de patiënt al heeft; contraria contrariis betekent dat een substantie wordt gebruikt, die in staat is symptomen op te wekken die tegengesteld zijn aan de symptomen van de patiënt.

En nu moet ik even iets kwijt over de taalkundige talenten van het mensensoort 'homeopaat'. Homeopaten zijn in de regel heel goed bedoelende mensen, maar van taal hebben ze – in tegenstelling tot Hahnemann – vaak bedroevend weinig verstand. Want hoe wordt dat similia similibus curentur meestal vertaald? "Het gelijkende wordt genezen door het gelijkende." Is dat Nederlands? En het gelijkende dat genezen wordt, wat is dat dan? Zijn het geen zieken die genezen moeten worden? Ah, u bedoelt: 'gelijkende ziekten...'? Maar wat zijn gelijkende ziekten? En hoe moeten dan niet-gelijkende ziekten worden genezen?

Enfin, vertalen betekent niet woord voor woord in het woordenboek opzoeken en dat vervolgens aan elkaar rijgen – dan krijg je dit soort gedrochten. Iedere taal zit anders in elkaar. Je moet eerst begrijpen wat er staat, wat daarmee bedoeld wordt, en vervolgens moet je dat weer uitdrukken met de middelen van je doeltaal. Het hoort tot de eigenaardigheden van het Latijn dat het woord similia wordt herhaald – maar niet tot de eigenaardigheden van het Nederlands! Kijk maar hoe Hahnemann het zelf omschrijft: hij heeft het over middelen die in staat zijn ziekte op te heffen door gelijksoortigheid, of middelen die ziekte genezen door een gelijksoortige pathologie op te wekken (voorwoord en inleiding tot de Organon).
En trouwens, 'curentur' betekent niet 'wordt genezen', maar 'moet worden genezen', het is een imperatief!

Nu zit hier nog een ander aspect aan vast, en dit is best amusant: artsen die niets willen weten van homeopathie en die dit graag tot uitdrukking willen brengen, omschrijven zichzelf vaak heel fier als 'allopaten'. Wat betekent dit precies?
Als we nog eens kijken naar de verbanden tussen een ziektebeeld en het symptoombeeld dat een willekeurige substantie kan opwekken, zegt Hahnemann in een voetnoot bij paragraaf 22, dan is er naast de twee besproken verbanden – de beelden lijken op elkaar of ze zijn tegenovergesteld aan elkaar – uiteraard nog een derde mogelijkheid: er bestaat gewoon helemaal geen verband. Het voorschrijven van substanties waarvan de zuivere werking in geen enkel verband staat met de symptomen van de patiënt, noemt hij de allopathische methode. Ik wil wedden dat het merendeel van de artsen die zichzelf allopaten noemen (ze hebben vast ook niet meer taalgevoel dan hun homeo-collega's), er geen enkel besef van heeft dat allopathie een woord is dat Hahnemann heeft ingevoerd om er de gewoonte mee aan te duiden aan zieke mensen en dieren middelen voor te schrijven waarvan de werking niets te maken heeft met de symptomen van de zieke!

Maar nu moet ik u misschien nog uitleggen waarom homeopathische middelen niet bestaan. Homeopathie betekent werken volgens het simile-principe: een middel geven dat in staat is om een symptoombeeld op te wekken dat lijkt op het symptoombeeld van de patiënt. Een middel dat volgens deze regel door een vakkundig homeopaat wordt toegepast, is op dat moment, voor die patiënt, homeopathisch. Een middel op zichzelf kan helemaal niet homeopathisch zijn, per definitie. Wanneer mensen die dat best weten, het toch over 'homeopathische middelen' hebben, dan bedoelen ze: middelen die in principe geschikt zijn om bij een homeopathische behandeling te worden gebruikt.

En wat maakt een middel geschikt voor een homeopathische behandeling?
Twee dingen: Ten eerste moeten er geneesmiddelproeven mee zijn gedaan door gezonde personen, zodat het symptoombeeld van het middel bekend is. Dat is natuurlijk het allerbelangrijkste.
En daarnaast moet het in een passende vorm zijn gebracht. Een passende vorm wil zeggen: veel kracht, en weinig of geen materie. Het proces waardoor een dergelijk middel wordt verkregen, heet potentiëren, of dynamiseren.

Dit gebrek aan materie, dat is voor veel mensen moeilijk te bevatten. Ze raken er zodanig van ondersteboven dat ze niet eens in de gaten hebben dat dit slechts een secundair aspect van de homeopathie is. Die materialisten zijn helemaal vergeten dat de mens in essentie een geestelijk wezen is. De materiële verschijning is secundair. In de woorden van Oswald Crollius: de stoffelijke wereld is het afval van de gesternten. Dat is niet denigrerend bedoeld. En ook al lopen we – mens of ezel – in een materiële gedaante hier op aarde rond, als we ziek worden, dan is ook die ziekte in beginsel niet materieel. Wat zich uitdrukt in de materie, dat zijn alleen de eindproducten van een ziekte. Emil Schlegel legt dat in ons nieuwe boek uitgebreid uit, dus daar ga ik hier niet verder op in. Maar het zou natuurlijk gek zijn om te denken dat je een proces kunt stoppen, of genezen, door iets te doen tegen de allerlaatste gevolgen daarvan. Om een ziekte bij de wortel te pakken, moet je op geestelijk niveau werken, met vergeestelijkte middelen. Dat deed Hahnemann, en dat deed Paracelsus.

Paracelsus verwoordt dat erg mooi: "Wie kan het schijnsel van de zon wegen, wie kan de lucht wegen? Wie weegt het arcanum, dat geestelijk is? Niemand. En juist hierin ligt het geneesmiddel, niet in iets dat zwaarte bezit."
"Het geneesmiddel moet in het lichaam werken als vuur. Is het mogelijk het gewicht van het vuur te bepalen dat nodig is om een hoop hout te verbranden, of om een huis af te branden? Neen!"
"Zoals het vuur zich uitleeft in het hout, zo leven de geneesmiddelen zich uit in de ziekten."

En, u kunt dat bij Schlegel nalezen, Paracelsus behandelde ook volgens het simile-principe. Daarom zou je kunnen zeggen dat die eigenlijk homeopaat was. Maar aan de andere kant was die dat ook weer niet, want hij deed geen systematische geneesmiddelproeven. Dat was een uitvinding van Hahnemann; die heeft er een sluitende methode van gemaakt. Paracelsus had geen methode nodig, want hij werkte intuïtief, helderziend. In de tijd van Hahnemann kon dat niet meer. En in onze tijd al helemaal niet meer, of nog niet weer. Waarom Paracelsus dan toch, of juist, belangrijk voor ons is, daarover heeft Elke een lang artikel in Geschiedenis der Geneeskunde geschreven.

Begrijpt u nu een beetje wat homeopathie is? Ik zie sommigen van u al knikken: Ah ja, dat is dus de klassieke homeopathie. Nee dus.
Toen Elke ooit in Utrecht ging wonen, heeft ze eens de buren op de koffie gevraagd om mekaar te leren kennen. Bleek die man homeopaat te zijn. Klassiek homeopaat?, vroeg ze. En het antwoord was: Hoezo, zijn er ook andere soorten homeopathie?
Dat was dus een heel goed antwoord, want er zijn geen 'soorten homeopathieën' en voor elk wat wils. De homeopathie is het werk van Hahnemann; hij heeft ook dit woord ingevoerd, en hij heeft duidelijk genoeg uitgelegd wat die daarmee bedoelt.

Nu zijn er, bij zijn leven al, allerlei mensen gekomen die dit wel een tof idee vonden – maar niet tof genoeg om het heel te laten. Of die er helemaal niets van begrepen (maar niet begrepen dat ze er niets van begrepen). Of die gewoon te lui waren om volgens de methode van Hahnemann te werken. Dat soort mensen ging er dus mee aan de haal, en ze maakten er een vreselijk gedrocht van. En dat noemden ze dan ook 'homeopathie'. Zo had je bijvoorbeeld de 'natuurwetenschappelijk-kritische homeopaten'. Hahnemann kon daar razend van worden.

Voor het publiek is dat allemaal erg verwarrend, en veel echte homeopaten, die volgens Hahnemann werken, noemen zich nu 'klassiek homeopaten'. Dat is begrijpelijk, maar aan de andere kant ook weer jammer, want het is ook misleidend. Want als je jezelf 'klassiek homeopaat' noemt, geef je daarmee impliciet toe dat er ook andere soorten homeopathie bestaan.

Wij hebben het dus niet over klassieke homeopathie. Wij hebben het over homeopathie.



Ik stel me voor
30 november 2011

Ik ben Grauwtje, de ezel van De Woudezel, en nu heb ik eindelijk ook een eigen blog. Ik zal die gebruiken om u af en toe iets te vertellen van achter de schermen van een uitgeverij, over problemen van taal, filosofie, geneeskunst, enzovoorts. U kunt mij ook een e-mail sturen.

U vraagt zich vast wel af hoe een ezel erbij komt om bij een uitgeverij te werken. Wel, ik zal u vertellen hoe ik Elke heb leren kennen, en dan weet u ook meteen om wat voor soort uitgeverij het hier gaat. Elke kreeg vele jaren geleden van iemand het advies om eens een hele lange wandeling te maken. Maandenlang, minstens 200 dagen. Dat zou goed voor haar zijn. Nou ja, dat advies heeft ze uiteindelijk opgevolgd, en u snapt het zeker al, ze zocht iemand die haar wilde begeleiden en die ook nog eens de bagage wilde dragen. En zo hebben we elkaar ontmoet. De samenwerking is bevallen, en daarna zijn we samen boeken gaan maken.

Die wandeling had trouwens nog heel wat voeten in de aarde. Want er waren ook mensen die dat idee maar niks vonden. En die zeiden toen: "Zo'n wandeling moet je helemaal niet fysiek maken, in de buitenwereld. Die reis moet je maken in je binnenwereld." Gelukkig heeft ze daar niet naar geluisterd. En vlak voordat ze wegging, heeft ze nog een teken gekregen ter bevestiging dat het goed was wat ze deed. Tja, zo zijn mensen. Die hebben tekenen en bevestigingen nodig voor dingen die gewoon evident zijn.

Wat dat teken was? Nou, ze was al een tijd op zoek naar een boek van ene graaf Hermann Keyserling, het Reisdagboek van een filosoof. Dat heeft ze toen ergens gevonden en besteld, en ze sloeg het open en las op de titelpagina het motto: "De kortste weg tot zichzelf leidt om de wereld." Die graaf Keyserling ging precies 100 jaar geleden op weg, in de hoop dat "de omweg om de wereld mij tot mijzelf [zal] brengen". Wie zijn boeken leest, zal zien dat hij daar uitstekend in geslaagd is. Graaf Hermann Keyserling is een groot filosoof. Daar vertel ik u misschien een andere keer nog over.

Nu wil ik het hebben over een andere filosoof, die tenslotte het vlaggenschip van onze uitgeverij is, Paracelsus dus. Jawel, ook Paracelsus was filosoof, al was hij nog veel meer dan dat. En hij had zo zijn eigen opvatting over wat filosofie eigenlijk inhoudt. En dat is, zoals hij een beetje grof zegt (maar ik kan dat wel waarderen): "niet moraal of ethiek of andere 'gugelfur' waarmee Erasmus zich onledig houdt". Gugelfur, een mooi oud-Zwabisch woord, betekent zoveel als zotternijen. Erasmus was gek op zotternijen. Maar ik dwaal af.

Wat Paracelsus met filosofie bedoelt, is kennis van de natuur. Of, zoals hij het noemt: kennis van de onderste sfeer. Van de sfeer die door aarde en water wordt gevormd. Lucht en vuur vormen de bovenste sfeer, onderwerp van de astronomie. Makkelijk, niet waar? In werkelijkheid is het wat ingewikkelder; maar ik zal u dat mettertijd nog wel uitleggen. Een bekende uitspraak van Paracelsus is dat de arts begint waar de filosoof eindigt. Met andere woorden: wie geen filosoof is, kan geen arts zijn.

U zult dat misschien het beste begrijpen aan de hand van een voorbeeld. Elke vertelde me dat ze een keer op een studiebijeenkomst was waar een homeopaat het zou hebben over het middel drosera. Drosera, dat weet u misschien wel, is de Latijnse naam voor zonnedauw. Die homeopaat vertelde dus, zoals dat zo gaat, over al de symptomen die een patiënt kan hebben die het middel drosera nodig heeft. Bleek er een van de toehoorders een plantje te hebben meegenomen om aan de anderen te laten zien. En de docent, heel verrast: "Hé, dat lijkt wel op zonnedauw!" Hij had dat middel al aan verschillende patiënten gegeven, maar zonder een idee te hebben waar het van afkomstig was...

Kijk, zo iets zou u bij Paracelsus niet overkomen. Paracelsus wist waar hij het over had. Maar hij was dan ook zijn hele leven lang op reis. Niet een jaar, zoals Keyserling, om maar te zwijgen van dat piepkleine wandelingetje van ons. Nee, zijn hele leven, en zowat door heel Europa. Voor hem was de wereld een open boek, en ieder land een nieuwe bladzijde. De mensen vonden dat schandalig en maakten hem daarom bespottelijk, want ze wilden natuurlijk niet geconfronteerd worden met hun eigen luiheid en hun eigen domheid. Ze hebben hem het leven zo zuur gemaakt dat hij het nodig vond een heel boek te schrijven om zich tegen al die aantijgingen te verdedigen. Daarin zegt hij:

"De tochten die ik tot nu toe heb ondernomen, zijn heel nuttig voor mij geweest, want tenslotte groeit er voor niemand een meester in huis, en niemand heeft zijn leraar achter de kachel. En de kunsten liggen niet allemaal besloten in je eigen vaderland, maar zijn over de hele wereld verdeeld. Ze zijn niet alleen bij één mens te vinden of op één plaats. Nee, je moet ze bij elkaar sprokkelen, je moet ze daar zoeken en halen waar ze zijn."

"Wie de natuur grondig wil onderzoeken, moet haar boeken met zijn voeten doorlopen. Geschreven werken worden onderzocht door middel van de letters; de natuur daarentegen, door van land tot land te trekken: zoveel landen, zoveel pagina's. Zo ziet het boek van de natuur er uit, en zo moeten we de bladen ervan omslaan."

Ziet u, het hele leven is een reis. U weet maar nooit waar de volgende dag u zal brengen, en dat is goed zo. Aude iter facere!