Recensies van Herbert Fritsche:
Samuel Hahnemann - idee en werkelijkheid van de homeopathie
.
Marja Roozendaal, oktober 2008:
Zoals waarschijnlijk velen, heb ik het nieuw verschenen bovengenoemde boek besteld.
Getroffen door de tekst op de omslag van het boek, die ik de daarmee niet bekende lezer niet wil onthouden, vind ik dat ik hier de aandacht op moet vestigen.
Ik citeer:
“Bijna iedereen kent tegenwoordig het begrip ‘homeopathie’- maar wat het precies inhoudt is minder bekend.
Wie beseft er vandaag de dag nog dat met de homeopathie voor het eerst in de geschiedenis een wetenschappelijke methode voor het vinden en toepassen van geneesmiddelen werd ontwikkeld?
En dat de arts die deze weg is gegaan, één van de meest vooraanstaande chemici van zijn tijd was en een pionier op verschillende gebieden van de geneeskunde, zoals psychiatrie en diëtiek?
Dat hij zijn nieuwe methode op een streng rationalisme heeft gegrondvest, alvorens deze, na vele jaren onvermoeibaar werken, tot kunst te verheffen?
Hahnemann heeft er duur voor betaald. Extreme armoede, rondgedreven worden van de ene plaats naar de andere, onbegrip, eenzaamheid – gedurende tientallen jaren was dat zijn lot. Totdat zijn leven op zijn tachtigste een ongelooflijke wending nam….
Alleen omdat geen enkele prijs hem te hoog was, omdat hij geen millimeter afweek van de weg die zijn trouw aan zichzelf hem voorschreef, was hij in staat om te vinden wat de geneeskunde vóór hem miste.”
Fritsche beschrijft in deze biografie niet alleen het leven van Hahnemann, maar tegelijkertijd, zoals hij zegt, de geboorte van de Homeopathie…..
De geboorte van de homeopathie? Tegelijk met de verschijning van dit boek gaan er berichten rond, dat de homeopathie ten dode opgeschreven is. Hoe tegenstrijdig!
Wanneer ik bovenstaande beschrijving lees besef ik opnieuw dat Hahnemann in staat was zijn eigen belangen ondergeschikt te maken aan het doel van zijn leven; de homeopathie.
Een overstijgend, dienend doel; de homeopathie. Dienend aan de wereld, aan de mensheid, aan het leven.
Een levenshouding waar we als mens een voorbeeld aan kunnen nemen.
Was dat wat hij bedoelde met § 9 van het Organon?
Zéker, want daarmee zitten we gelijk in het gebied van gezondheid en ziekte. “……voor de hogere bedoelingen van ons bestaan.”
De ethiek van Hahnemann siert zijn persoon. Zijn eigengereidheid maakte dat hij het doel kon blijven dienen. Het vermogen, zijn wellicht mogelijk aanwezige eigenbelangen, te overstijgen brengt het ideaal wereldwijd.
Innerlijke rijkdom dus, in ernstig armoedige omstandigheden.
Innerlijke trouw aan datgene wat hem te doen stond, waarbij geen prijs te hoog was, maakte dat het hem gelukt is. Geluk dus!
Er is geen tussenweg. Toen niet. Nu niet!
- En daar waar wij concessies doen, concessies omdat het een moeilijk vak is soms, zullen wij de homeopathie verliezen.
- Wanneer we suggereren Hahnemann te volgen en vervolgens er andere therapieën en zogenaamde -veel geldvragende- ondersteunende middelen proberen in te voegen, zullen onze praktijken niet, of slechts tijdelijk, lopen.
- Als we op zoek blijven naar nieuwe middelen en andere methoden dan Hahnemann bedoelde en beschreef, zullen we alleen maar de leemten in onze eigen ondeskundigheid, proberen te vullen. Zonder basis loopt het net zo hard weer aan de onderkant leeg.
- Indien we niet bereid zijn, opnieuw zijn boeken ter hand te nemen en zijn filosofie te bestuderen en te absorberen, letter voor letter, zullen we ons de homeopathie nooit eigen kunnen maken.
- Blijven we gevangen in de bekrompenheid van eigenbelang en onze onkundige interpretaties van Organon en Chronische Ziekten, dan zijn we onze eigen tegenwind in verleidelijke, vermeende “nieuwe” ontwikkelingen.
- Zijn we niet bij machte deze wetenschappelijke methode ook als wetenschap uit te dragen door onze latten hoog te leggen, dan bereikt de homeopathie nooit de erkenning die zij verdient.
Dan zal inderdaad de homeopathie ten dode opgeschreven zijn. Schrijnend armoedig dus….
Citaat:
“De zin en het zijn van Hahnemann waren op de wet gericht, op dat wat de stroom van de tijd onverstoorbaar trotseert; in zoverre zouden we hem niet naar ónze maatstaf moeten beoordelen, maar ons naar de zijne!”
Herbert Fritsche heeft het overstijgende hogere doel begrepen.
Nu wij nog!
Marja Roozendaal
Terug naar boven
Hetty Barendregt in Dynamis, maart 2008:
In dit boek met als ondertitel ‘Idee en werkelijkheid van de homeopathie’ beschrijft Herbert Fritsche (1911-1960) het leven van Dr. Samuel Hahnemann. Hij beschrijft de biografie vanuit het bekend zijn met de betekenis van Hahnemann, als grondlegger van de klassieke homeopathie, voor wie het IDEE van ‘Helper van de lijdende mens met de geneesKUNST’ de leidende rode draad in het leven was.
Zijn IDEE noemde Hahnemann uiteindelijk Homoeopathie omdat het genezende middel zich kalm en fijnzinnig invoegt in het proces, dat al gaande is binnen de patiënt, en dat van binnenuit richting geeft aan genezing door een geneesmiddelziekte op te wekken, die de aanwezige ziekte neutraliseert. Dit in tegenstelling tot wat dan noodzakelijkerwijs ‘allopathie’ genoemd dient te worden en die zich met onderdrukken door grote doses en met constante herhaling van grote doses wil ontdoen van niet welgevallige symptomen.
Nimmer versagen
Zijn vasthouden aan de zuiverheid van het IDEE bracht hem grote bekendheid maar ook ongelofelijk veel afgunst, achterklap en zeer grote tegenwerking. Niet in de laatste plaats van personen, die eerst zijn volgelingen waren, maar die het smalle pad naar het einddoel niet konden of wilden volgen en compromissen aangingen met de reguliere allopathische universitaire geneeskunde, die bestond uit theoretische beschouwingen en vaak niet gestaafd werd met bevindingen aan het bed.
Zoals alle grote vernieuwers kon hij rekenen op tegenwerking, onbegrip, jaloezie, omdat volgen van een diep geworteld IDEE tegenstand oproept. Hahnemann versaagde nooit! De zuiverheid van het IDEE was voor hem zo belangrijke dat aardse status hem minder belangrijk voorkwam dan het verlaten van de weg van het volgen en vorm geven aan dit IDEE, dit hoge principe van genezen door het Simile, liever nog het Similibus, het meest gelijkende.
Van hoogleraarschappen, waarnaar hij geworven had, werd uiteindelijk steeds afgezien omdat dit hem zou afleiden van de weg naar uitvoering geven aan het IDEE, ook al leed zijn gezin en de relatie met zijn vrouw ernstig onder de armoede, de strenge bezieldheid van de man en vader en het trekken langs ’s heren wegen van hot naar haar.
Van bedelaar tot profeet
Tot aan het begin van de 19e eeuw, wanneer hij zich met zijn gezin in Torgau vestigt, is er alleen maar sprake van een zwervend bestaan. Deels om zich te bekwamen, maar voor een groot deel omdat hij nauwelijks gehoor vond of zelfs ernstige tegenwerking op allerlei niveaus ondervond en zelfs weggejaagd werd.
In 1801 is daar het begin van een geregeld leven. Tot die tijd had Hahnemann zich in grote aantallen geschriften tot zijn vakbroeders gewend met de vraag zich open en onbevooroordeeld te willen opstellen ten aanzien van de homeopathie, en om zelf zich van de waarheid van het toepassen van het Simile te overtuigen door aan het ziekbed waar te nemen en kennis te nemen van het symptoombeeld van geneesmiddelen door deze te bestuderen.
Nooit kreeg hij respons. Kennelijk was het te veel werk, afgunst of wat dan ook, maar een reactie op niveau over ziektesymptomen en onderzoek van enkelvoudige geneesmiddelen is hem nooit geworden. Liever hield men het op theorieën, die overigens van decennium tot decennium bijgesteld of verworpen moesten worden.
In Torgau is Hahnemann door onderzoek zo ver gekomen dat hij zijn goed onderbouwde bevindingen vastlegt in de voorloper van het Organon. Was hij voorheen meer de bedelaar om respect voor de Wet van het Simili, later profeet, nu werd hij degene die de Wet van het Simile vastlegde en hield hij op zijn vakbroeders op te roepen. Hij ging zijn eigen weg.
Hij was dermate overtuigd van de Waarheid van het Idee van het Simile, dat hij de artsen die compromissen wilden aangaan ‘halfhomeopaten’ noemde, waaraan hij een ontzettende hekel had, en die hij niet naliet op woedende toon toe te spreken.
Kijvende Xantippe
Voor het eerst kwam er pecunia binnen en kon het gezin een redelijk, goed burgerlijk bestaan leiden. Hoewel zijn vrouw in latere jaren door de studenten, die ’s avonds thuiskwamen, een ‘kijvende Xantippe’ genoemd werd, keek de man - die in zijn werk en zoektocht zich altijd strikt hield aan ‘het waarnemen van de realiteit, van zowel de ziekte als de geneesmiddelen, omdat het geestelijke zich op het aardse vlak uitdrukt in het bestaande, dat hier en nu en niet erachter aanwezig is’ - voor één keer ‘achter’ het nare beeld van zijn vrouw zoals zijn studenten haar zagen, en noemde hij haar: ‘de edele gezellin van mijn artiestenleven’.
Door de naderende komst van Napoleon Bonaparte, van wie hij niet veel goeds te verwachten had, werd de familie gedwongen te verkassen. Hahnemann trok ten anderen male met zijn gezin naar Leipzig, waar een hoogleraarschap volgde, maar waar de verguizing ook steeds op de loer lag, zoals hij bij eerdere gelegenheden al ervaren had. Uiteindelijk ging hij naar Köthen. Hier beleefde Hahnemann aanvankelijk een zeer goede periode in zijn leven. Maar de kwestie van de hoge potenties en nog meer het spreken over psora, als principe dat als een sluier over het genezen ligt, bracht steeds meer eenzaamheid en feitelijke polemiek.
Onbekommerde tijd
Een tijd na het overlijden van zijn vrouw Henriëtte verkoopt Hahnemann alles en beleeft naast zijn tweede, zeer jonge vrouw, de Française Melanie d’Hervilly-Gohier, in Parijs een onbekommerde tijd. Hij wordt geroemd en geëerd en hij kan aanvallen vanuit Duitsland met name vanuit Leipzig terzijde leggen, alsof het hem niet meer raakt. Hij leeft zijn IDEE, wat hem gelukkig maakt.
Levenslopen
In de Appendix worden de levenslopen van elf personen gegeven, die een al dan niet positieve rol speelden in het leven van Dr. S. Hahnemann: Dr.Johann Ernst Stapf; Dr. Clemens Franz Maria von Bönninghausen; Dr.Constantine Hering; Dr.Arthur Lutze; Dr.Johann Joseph Lux; Dr.Carl Friedrich Zimpel; Dr. Wilhelm Heinrich Schøßler; Dr.Gustav Jaeger; Dr.Paul Dahlke; Dr.Friedrich Gisevius en Dr.Emil Schlegel.
Tijdens een pauze bij het lezen van het boek, na het gedeelte over verbrandingen, waar Prof. Dr. Dzondi uit Halle in een essay schrijft: ‘Het enige zekere middel om verbrandingen van iedere graad snel en pijnloos te genezen is koud water’, waarop Hahnemann wel MOET antwoorden, krijg ik onmiddellijk de gelegenheid de opvatting en de ervaring van Hahnemann in praktijk te brengen, wanneer ik een beker kokend water over mijn onderarm en elleboog krijg. Hete doeken trekken in de betrekkelijk korte tijd van twintig minuten de brand uit de aangedane plekken weg.
Geconstrueerde volzinnen
In deze biografie belicht Herbert Fritsche op erudiete wijze de verschillende fasen in het leven van Dr. Samuel Hahnemann bezien vanuit de kennis die men nu heeft over de statuur van Hahnemann. Hij beziet het leven van Hahnemann vanuit een geesteswetenschappelijk perspectief, waarbij hij bij de werkelijkheid blijft. Fritsche doet dit in lange, mooi geconstrueerde volzinnen en vlecht daar kennis van de Groten van Europa van die tijd en van de Europese literatuur als vanzelfsprekend in. Door de lange volzinnen is het echter niet een makkelijk te lezen boek.
Het mooi gebonden boek met ingenaaide bladwijzer is een uitgave van De Woudezel en is voortreffelijk vertaald door Elke Bussler. Voor wie mooie zinsconstructies en erudiete taal een plezier is, is dit boek een aanrader. Mijns inziens hoort een gedegen biografie van een zo integer man als Dr. Samuel Hahnemann in de bibliotheek van elke klassiek homeopaat thuis.
Hetty Barendregt
Terug naar boven